Verhoog je welvaartsniveau in deze economisch moeilijke tijd!
Het zal je niet ontgaan zijn: het gaat niet goed met de Nederlandse economie. Huizenprijzen dalen voor het eerst in 20 jaar. Meer dan 100.000 huishoudens kunnen hun schulden niet afbetalen en hebben om hulp gevraagd. De beurzen staan historisch laag. Het gaat niet goed. Veel bedrijven en particulieren moeten de broekriem aanhalen.
Deel 3: ruilhandel tussen particulieren en bedrijven:
Het kan voor een particulier heel interessant zijn om te ruilen met een bedrijf, in plaats van gewoon een product te kopen bij dat bedrijf. Maar als je dat doet moet je wel rekening houden met een paar basis principes die de belastingdienst hanteert.
Als je als particulier een bedrijf benaderd om te ruilen, dan is dat in de meeste gevallen het ruilen van een dienst van de particulier, tegen een product (of dienst) van het bedrijf. Een product tegen een product ruilen zou natuurlijk ook kunnen, maar dat is veel minder aannemelijk. Een bedrijf zal op zo'n ruil niet snel ingaan, tenzij het een product betreft wat het bedrijf voert en het een soort inruil betreft.
Goed, we ruilen een dienst tegen een product. Zodra een particulier een dienst gaat verrichten voor een bedrijf moet volgens de belastingdienst daar loonbelasting over afgedragen worden. Je moet dan op je belastingaangifte invullen dat je overige inkomsten hebt gehad. Je mag daar dan de inkoopwaarde inclusief BTW voor tellen. Dat maakt zo'n type ruil al een stuk minder aantrekkelijk. Als je het eerlijk wilt aanpakken tenminste.
Of lijkt dat maar zo? Laten we eens een voorbeeld met berekening er op los laten. Stel je bent gepensioneerd en je wilt iedere week voor 10 euro groente, voor 10 euro brood, voor 10 euro vlees, voor 10 euro chinees en voor 10 euro wijn. Je zou dan een groenteboer, een bakker, een slager, een chinees en een slijterij uit je woonplaats kunnen benaderen en kunnen aanbieden om elke maandag hun voorgevel + ramen te wassen. Vijf voorgevels wassen, op je gemakje, à drie kwartier, is drie uur en drie kwartier. Dat is te doen, als je de tijd hebt.
Het voordeel voor de winkeliers is dat ze je niet behoeven te betalen met geld, maar met een product. De inkoopwaarde van dat product is over het algemeen de helft. Dus het kost hen maar 5 euro per week. Als je die producten had moeten betalen met geld, dan had dat 50 euro gekost. Dat wil zeggen, 50 euro netto. Dat is, ongeveer 75 euro bruto. Wat moet je nou opgeven op je belastingformulier? Het aantal weken dat je dit zo gedaan hebt maal de inkoopwaarde van de spullen inclusief BTW. Laten we, om het simpel te houden, eens uitgaan van 1 keer. De inkoopwaarde is de helft van 50 euro: 25 euro. Die moet je opgeven aan de belasting (als je het netjes wilt doen). Over die 25 euro moet je dan belasting betalen. Laten we even uitgaan van 40% belasting over die 25 euro. Dat is dan 10 euro belasting. Dus om 50 euro aan eten te krijgen moet je 3 uur en 3 kwartier werken en 10 euro belasting betalen. Dus 50 - 10 = 40 euro. 40 euro gedeeld door 3 uur en 3 kwartier werken is ruim 10 euro per uur in natura.
Natuurlijk is dit geen buitengewoon winstgevend ruilhandeltje, hoewel het voor sommigen een uitkomst zou zijn. Het wordt interessant als een scholier die heel goed websites kan ontwerpen een site gaat ontwerpen voor een fietsenwinkel die ook scooters verkoopt. Een site tegen een scooter ruilen.... Niet slecht.
Mocht je nu denken dat dit zwart werken is, dan heb je het mis. Tenminste, als de particulier het netjes opgeeft bij zijn of haar belastingaangifte.


