Cursus flash - deel 3.
De tijdslijn
Omdat animatie de kunst is om dingen te laten gebeuren aan de hand van objecten die veranderen over tijd, kan de tijdslijn gezien worden als het hart van Flash. De tijdslijn gebruikt lagen en frames om objecten te organiseren en te controleren over de tijd heen.

Overzicht
Title Bar: Doet niets, enkel de titel verschijnt hierin.
Active Layer Toggle: Icoon dat aangeeft dat dit de laag is waarin je werkt.
Show/Hide Layer Toggle: Maakt de laag (on)zichtbaar. Ze verwijderen de laag niet!
Lock/Unlock Layer Toggle: Als de laag Locked staat, kan je niks selecteren.
Show all Layers as OutlinesToggle: Alle objecten worden als contouren weergegeven.
Playback head: Geeft weer waar je je bevindt in de tijd.
Add Layer: Voegt een laag toe. Die komt boven de huidige te staan.
Add Guide Layer: Voeg een laag toe die het mogelijk maakt om symbolen
langs een pad te laten lopen.
Add Folder: Folder toevoegen waarin lagen gegroepeerd kunnen
worden.
Delete Layer: Verwijdert een laag.
Center Frame: Verschuift de tijdslijn zodat het huidige frame zichtbaar is.
Onion Skin: Dient om een animatie over verschillende frames in één
keer te bekijken. (Onion Skin wordt besproken bij animatie)
Onion Skin Outlines: Zelfde als voorgaand, maar het object wordt
weergegeven in contouren.
Edit Multiple Frames: Met deze functie kan je ieder object tussen de Onion
Skin Markers editeren.
Current Frame: Het nummer van het huidige frame.
Frame Rate Indicator: Het aantal frames dat afgespeeld wordt per seconde.
Verstreken tijd: Geeft aan hoeveel tijd er verstreken is sinds de start van de movie.
Keyframe
Een keyframe is een frame dat aangeeft dat er zich op de stage een object bevindt. Het wordt in de tijdslijn aangegeven door een grijs opgevuld frame met een zwart bolletje erin.
Een keyframe voeg je in door op het gewenste frame te klikken met de rechter muisknop en Insert te selecteren, of gewoon door F6 te klikken. Je kan ook via de menu-bar Insert>Keyframe kiezen. Een keyframe is steeds nodig als je wilt dat op dit specifieke moment in de tijdslijn er een bepaalde inhoud moet worden getoond op de stage.
Wordt een frame aangegeven met een grijs vlak, dan betekent dit de inhoud van een eerder gedefinieerd keyframe nog steeds zichtbaar is. Een lege keyframe voeg je in door "Insert Blank Keyframe" te kiezen uit het pop-up-menu of door op F7 te klikken. Een frame voeg je toe door op F5 te klikken. Je wist een frame door op Shift+F5 te drukken of Delete frame te kiezen uit het pop-up-menu. Je kan ook frames kopiëren (de inhoud ervan wordt gekopieerd) en ze ergens plakken. Dit doe je met behulp van "Copy Frames" en "Paste Frames" in het pop-up-menu.
Voorbeeld van onze actieve layer: zie hierboven.
Frame 1: Een leeg frame, niks staat op de stage.
Frame 2 tot 4: De inhoud van het vorige frame wordt getoond. Het frame was leeg, dus niks wordt getoond op de stage.
Frame 5: Een keyframe. Dit betekent dat er een object op de stage staat.
Frame 6 - 12: De inhoud van keyframe 5 is nog steeds zichtbaar tot en met frame 12.
Frame 13: De inhoud verschilt met het vorige keyframe, dus een nieuwe keyframe is toegevoegd.
Frame 13-15: Frame 13 is hetzelfde tot 15. Daarna zal het geheel zich continu herhalen.
Je kan een keyframe een bepaalde naam geven. Dit is handig om naar een bepaald deel van de tijdslijn te verwijzen (Soort markers die je kunt instellen). Een Label maak je aan door het gewenste keyframe te selecteren en in "Properties Inspector" de naam in het "Label"-veld te tikken.
Het is makkelijker te verwijzen naar het frame met het Label "Start Animatie", dan naar frame 10 bijvoorbeeld. Als je nog frames toevoegt voor dat frame 10, dan zou je al je scripts moeten veranderen, terwijl een label mee opschuift.
Layers
Lagen werken net zoals in Photoshop. Per laag kan je graphics of animaties plaatsen. Dankzij deze opdeling kan je je project overzichtelijk houden.
Distribueren naar lagen
Dit is een nieuwe vondst en het is er eentje die je heel veel tijd kan uitsparen. Waarschijnlijk ben je wel al eens gestart aan een project waarbij je een heleboel objecten had staan op één laag en later tot de conclusie bent gekomen, dat elk object (graphics, movieclips,...) op een aparte layer moet staan. Dankzij Flash MX is dit euvel verholpen.
Wat je moet doen is de objecten selecteren en naar Modify>Distribute to Layer gaan. Als je objecten benoemde symbolen zijn en je distribueert die naar lagen, dan krijgen de lagen de naam van je objecten. Zo weet je waar wat staat.
Dit werkt ook met tekst. Je moet dan wel de tekst eerst breken (Modify>Break Apart of ctrl+b). Selecteer dan vervolgens alle letters en kies Modify>Distribute to Layers. Dit spaart héél wat tijd uit!
Movie Properties
De eigenschappen van de Flash movie kunnen we aanpassen door via de menu-bar op "Modify>Document" of door ergens op de stage te klikken en in de "Properties Inspector" de eigenschappen te bekijken. Hier kan je een heleboel instellingen doen die de stage van uw movie beïnvloeden, alsook de afspeelsnelheid.
Met Frame Rate stel je in hoeveel frames er per seconde getoond moeten worden. Normaliter stelt men die in op 12 of 15 fps. Voor videokwaliteit zal men 24 fps ingeven.
Movie bewaren
Via de menu-bar kies je voor "File>Save" en plaats je je movie.FLA in de gewenste directory.
Movie testen
Via "Control>Test Movie" kan je zien hoe je movie er uiteindelijk zal uitzien. Je komt terecht in de "Test Movie Mode", waar je in principe het resultaat kunt zien van je flash movie.
De movie die hier afspeelt is de Shockwave movie, movie.SWF, de eigenlijke file die je op het www plaatst. De SWF-file is de gecomprimeerde versie van de FLA-file. De SWF-file kan je alleen maar afspelen. Je kan er niks aan veranderen.
De SWF-file wordt in dezelfde directory geplaatst als de bewaarde FLA-file. Wordt die niet eerst bewaard, dan wordt die in de TEMP-directory tijdelijk bewaard.


